Schets structuur toekomst palliatief veld

Fibula: concept schets toekomst palliatief veld, groeidocument dat met input vanuit alle betrokken partijen uit het palliatieve veld kan worden aangevuld. 

Versie: 18 mei 2021 

Auteur: Rob van Dam, bestuurder Fibula 

Aanleiding

Het veld van palliatieve zorg is anno 2021 nog steeds sterk versnipperd ontwikkeld. Het is te vaak onduidelijk welke expert of welke organisatie kan worden betrokken of aangesproken. Ontwikkeltaken zijn niet duidelijk belegd waardoor verbeteringen en innovaties traag op gang komen. De beschikbare middelen worden onvoldoende doelmatig besteed, onder meer doordat vergelijkbare taken door meerdere organisaties worden verricht terwijl andere taken niet voldoende worden opgepakt.

Het is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisaties binnen het palliatieve veld om deze opdracht op te pakken en voorstellen te formuleren, die versnippering tegen gaan en leiden tot doelmatiger besteding van de middelen, waar mogelijk aan te sluiten bij bestaande structuren en ontwikkelde kwaliteit van zorg, zodat binnen de budgettaire kaders de kwaliteit van de palliatieve zorg zich verder kan ontwikkelen. 

Het primaire proces van palliatieve zorg vereenvoudigd weergegeven: 

In de palliatieve fase zou het accent van de zorg moeten verschuiven van herstel naar kwaliteit van leven en sterven. Binnen de zorg in deze fase, werken personen uit de persoonlijke levenssfeer samen met professionals. Binnen zorginstellingen zoals ziekenhuis, verpleeghuis, of hospice, werken zorgmedewerkers die ervaringen hebben met palliatieve zorg. Binnen zo’n setting is het vooral van belang de naasten goed te betrekken bij de zorg. Wanneer iemand kiest om thuis te willen sterven, dan vraagt de persoon wiens levenseinde nadert vooral zorg van zijn naasten, vaak een of meer generalistische zorgverleners, zoals eigen huisarts en wijkverpleegkundige en soms aangevuld met advies of zorg van een in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgverlener (disciplines en specialisatie kunnen verschillen).  

Om te zorgen dat altijd goede en passende zorg kan worden geboden, is er kennis van goede palliatieve zorg nodig en zijn er voldoende in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgverleners nodig (verder in dit stuk 'specialist'), die de mantelzorgers en andere (in)formele zorgverleners helpen of aanvullen. Dat helpen bestaat enerzijds uit het beschikbaar stellen van kennis over goede palliatieve zorg, vastgelegd in het kwaliteitskader palliatieve zorg. In sommige situaties zal de generalist daar niet voldoende aan hebben en wil deze te rade kunnen gaan bij een specialist in de vorm van een consult, van telefonisch tot een gezamenlijk huisbezoek. In enkele gevallen zal de specialist taken overnemen van de generalist. 

Het kwaliteitskader palliatieve zorg 

Over het Kwaliteitskader palliatieve zorg is binnen het veld geen verschil van mening. Het kader wordt binnen het veld gedragen en werkt hiermee als inhoudelijke basis voor de palliatieve zorg. Natuurlijk is een kwaliteitskader per definitie in ontwikkeling en zullen toekomstige evaluaties bijdragen aan verdere verbetering van dit kader. 

Organisatie van het zorgveld

Er zijn vier niveaus van organisatie binnen het palliatieve veld: de patiënt in palliatieve fase met zijn naasten en behandelaren en zorgverleners, regionaal (Netwerken, Consultatieteams, PaTz groepen) bovenregionaal (consortia) en landelijk (onder meer PZNL, IKNL, Fibula).  

1 Directe kring met en rondom de patiënt 

Van groot belang is de ‘eigen regie’ van een patiënt. De wens van de patiënt moet leidend zijn in de zorg. Voor veel mensen wiens overlijden nabij is, zijn hun naasten van grote waarde voor hun ervaren kwaliteit van leven. Het belang van hun betrokkenheid in deze fase is cruciaal. De behandelaren en zorgverleners die betrokken zijn, moeten beseffen dat de patiënt een ‘systeem’ vormt met zijn naasten en dat de wens van de patiënt altijd centraal staat. De eigen huisarts en wijkverpleegkundige zullen eerder bekend zijn met de naasten dan een hulpverlener die als specialist palliatieve zorg wordt geconsulteerd, maar regelmatig zijn het juist de naasten die signaleren, wanneer een dergelijke specialist erbij gevraagd moet worden. Daarom is het van belang patiënten en hun naasten te informeren over de mogelijkheden van inzet van deze specialisten.   

2 Regionaal

De regionale netwerken palliatieve zorg zijn nodig om de transmurale zorg coördinatie uit te voeren. Daarnaast bestaan op regionaal niveau consultatieteams en PaTz-groepen. Vaak combineren zorgverleners posities in al deze drie organisaties. Sommige netwerken werken al samen en voegen de uren voor netwerkcoördinatie bijeen om meer continuïteit te bereiken. Ook zijn er al regio’s waar verbinding tussen netwerken, consultatieteams en PaTz-groepen worden gemaakt.

Om voldoende schaalgrootte en regionale verbinding te versterken, lijkt het raadzaam de netwerken,  consultatieteams en PaTz-groepen bijeen te brengen over een gebied, waarmee een voldoende en passende schaal wordt bereikt, waarmee de beschikbaarheid, onderhoud en borging van  deskundigheid en coördinatietaken voldoende kunnen worden uitgevoerd.

De aard van de regio, patiëntenstromen, volgend uit de bevolkingsdichtheid, aantal en typen zorgorganisaties en dergelijke, bepalen welke indeling en schaal het beste aansluit bij de regionale zorgpraktijk, zodat optimale verbinding kan worden bereikt. Regionaal worden zo alle vraag en aanbod van uitvoeringsdeskundigheid verbonden. Voor een passende governancevorm kan per regio worden aangesloten bij een bestaande organisatievorm, zoals een ROS of een zorgorganisatie die als gastheer gaat fungeren voor deze regionale organisatie op palliatieve zorg.

3 Bovenregionaal

Tussen het landelijke niveau en de regio’s bestaan al bovenregionale consortia om wetenschappelijk onderzoek over en weer te verbinden met de palliatieve praktijk en onderwijs. Sommige van deze consortia functioneren al als een verbindingsschakel om taken die voor een enkel netwerk te groot zijn, samen met de netwerken binnen dit consortium op te pakken en dat kan als voorbeeld worden gevolgd door alle consortia.

4 Landelijk

Landelijk wordt het veld ondersteund door PZNL, Fibula, IKNL, Palzon, PaTz, Agora, de patientenfederatie, AHzN, VPTZ, Palliactief, Kinder Palliatieve Zorg. PZNL ontwikkelt zich tot een ledenorganisatie die alle organisaties binnen het veld van palliatieve zorg wil verenigen en vertegenwoordigen. Alle betrokken organisaties hebben een specifieke doelstelling en bieden allemaal ondersteuning aan het veld, waardoor veel overlap bestaat en samenwerking wordt gehinderd omdat de organisaties zich eigenaar voelen van een onderwerp. De meeste landelijke organisaties zijn erg klein, waardoor zij kwetsbaar zijn georganiseerd (enkelvoudig bemenste functies) en weinig professionele bedrijfsvoering kunnen inzetten. Door als leden van PZNL samen op te trekken en problemen van het veld gezamenlijk op te lossen, kan veel strijd worden voorkomen.

Een grote verbetering op gebied van doelmatigheid is mogelijk: de kleine leden houden slechts een klein inhoudelijk kader aan en verbinden zich aan één gezamenlijke ondersteuningsorganisatie. Enkele bedrijfsvoering processen worden uitgevoerd door IKNL (de enige die voldoende groot is voor deze taken). De ondersteuningsorganisatie voert alle ondersteuningstaken uit voor het gehele palliatieve veld. Op deze schaal is bemensing voldoende te borgen, wordt dubbel werken voorkomen en is voor het gehele veld duidelijk bij welke organisatie ondersteuning kan worden gevraagd.

Hoe financier je de niet-productie-gebonden aspecten van het palliatieve veld

De huidige financiering van het palliatieve veld wordt vanaf 2022 door VWS voor vijf jaren verlengd. Binnen deze financiering moeten duurzame vormen gevonden worden waarbij de middelen doelmatig en efficiënt worden benut. De niet naar directe patiëntzorg te koppelen taken als  transmurale coördinatie , ontwikkeling en innovatie, (na)scholing, beschikbaarheidstaken en onder de aandacht houden van goede palliatieve zorg, zijn moeilijk te financieren binnen de reguliere productie gebonden zorgfinanciering. Voorstel is de regionale organisaties hiervoor een rechtstreekse subsidie te gunnen op basis van de populatie van hun regio.

Voor patiëntgebonden taken als consulten zouden betaaltitels als ‘meedenkconsult’ of ‘casemanagement’ kunnen worden ingezet. Hierover zijn de beroepsgroepen en zorgverzekeraars met elkaar in overleg en uitkomsten zouden breder toegepast kunnen worden.

 


Login of registreer om commentaar toe te voegen.

Theme picker